Carlo Abarth
Karl Abarth
De autosport-pionier en naamgever van Abarth & C. werd op 15 november 1908 geboren in Wenen. Officieel kreeg hij de Oostenrijkse voornaam Karl, maar die werd veranderd in Carlo toen hij in 1934 verhuisde naar Italië. Als tiener werkte hij voor Castagna & C. in Italië, een fabriek in hoogwaardige machineonderdelen. Toen hij voldoende ervaring had, begon hij bij Degan, dat frames ontwierp voor motoren. Hier kwam hij voor het eerst in aanraking met de wereld van PK’s en motoren. Zijn talent bleef niet onopgemerkt en motorcoureur Joseph Opawsky haalde hem over om voor zijn fabrikant te gaan werken, motorfietsenfabrikant Motor Thun.
Karl Abarth |
|||
| De autosport-pionier en naamgever van Abarth & C. werd op 15 november 1908 geboren in Wenen. Officieel kreeg hij de Oostenrijkse voornaam Karl, maar die werd veranderd in Carlo toen hij in 1934 verhuisde naar Italië. | |||
![]() |
Als tiener werkte hij voor Castagna & C. in Italië, een fabriek in hoogwaardige machineonderdelen. Toen hij voldoende ervaring had, begon hij bij Degan, dat frames ontwierp voor motoren. Hier kwam hij voor het eerst in aanraking met de wereld van PK’s en motoren. Zijn talent bleef niet onopgemerkt en motorcoureur Joseph Opawsky haalde hem over om voor zijn fabrikant te gaan werken, motorfietsenfabrikant Motor Thun. |
||
|
|
|||
Geboren talent |
|||
|
Als persoonlijk mechanicien van Joseph Opawsky werd hij eens gevraagd in te vallen voor een zieke coureur. Prompt zette de Oostenrijker een ronderecord. Zijn niet al te collegiale teamgenoten beschuldigden hem van vals spel. |
|||
![]() |
Toen hij op een andere motor wederom het record verbrak werd de rivaliteit echter alleen maar groter. In de officiële race moest Abarth opgeven met een zeldzame vorm van motorpech, wat op zijn minst een verdachte situatie was. Gekrenkt in zijn trots kon de jonge Karl het niet meer opbrengen om nog voor Thun te werken. |
||
| Hij neemt ontslag en richt zich op een carrière als motorcoureur. Niemand zit echter te wachten op de ‘deserteur’ van Thun, zodat Abarth zelf een gebruikte motor besluit te kopen. Hij perfectioneert zijn Grindlay-Peerless door hem steeds lichter te maken en elk onderdeel uit te balanceren. Hiermee haalt hij verbluffende prestaties uit de kleine 250 cc motor. Het duurt dan ook niet lang totdat hij op 29 juli 1928 zijn eerste race wint. Een hele prestatie voor een privé rijder zonder technische en financiële ondersteuning. | |||
![]() |
In 1929 wordt hij, net 20 jaar oud, ingelijfd bij het James fabrieksteam en later door het Duitste DKW. Hij werd 5 keer Europees kampioen en daarmee een gevestigde naam in de racerij. Zijn populariteit steeg tot een hoogtepunt toen hij een zijspan ontwierp waarmee hij de Oriënt Express versloeg op het 1300 kilometer lange traject van Wenen naar Oostende. |
||
Terug naar Italië |
|||
|
Door de crisis in Oostenrijk vestigt hij zich in 1934 in Italië om daar motorraces te rijden. Hij verandert zijn naam in Carlo en raakt bevriend met de familie van Ferdinand Porsche. Een vriendschap die levenslang zou duren en leidde tot zijn huwelijk met de secrataresse van Ferdinand's schoonzoon Anton Piëch. In 1938, de tijd dat Europa in de ban van de tweede wereldoorlog raakte, kreeg Carlo Abarth een zeer zware crash in Joegoslavië, waardoor hij daar een jaar lang in het ziekenhuis belandde. Het betekende het einde van zijn carriëre als motorcoureur. Geschrokken door wat zich tijdens de oorlog in zijn vaderland afspeelde, besloot hij na zijn herstel in Joegoslavië te blijven zolang de oorlog voortwoedde. Hij vond werk bij Ignaz Vok, die probeerde om auto's op kerosine te laten rijden. Hier verdiepte hij zijn kennis van autotechniek, wat de basis bleek voor een nieuwe periode in zijn leven. |
|||
De brief aan Porsche |
|||
![]() |
Na de oorlog besloot Carlo naar Merano te gaan, waar zijn ouders vandaan kwamen. Voor de derde keer in zijn leven moest hij bij ‘nul’ beginnen. In 1946 dwong hij zichzelf om een brief te schrijven naar de dochter van Ferdinand Porsche, met de vraag alles in het werk te stellen om hem weer in de autowereld te introduceren. Carlo ontving een geschreven verklaring met de toestemming om de belangen van Porsche in Italië te vertegenwoordigen. Die brief van 30 september 1946 zou een beslissende rol in de geschiedenis van Abarth blijken te spelen. Met de nieuw verworven rechten ontwikkelde Carlo direct plannen voor een ambitieus raceproject en zocht contact met de beroemde autocoureur Tapio Nuvolari, die ook stond te trappelen om weer de racerij in te kunnen. Nuvolari op zijn beurt, bracht hen in contact met de volgende belangrijke man in Carlo Abarth's leven, ex-profvoetballer en textiel industrieel Piero Dusio. |
||
Piero Dusio |
|||
|
Dusio hield zich al een tijd bezig met autoracen en had belangen in “Consorzio Industriale Sportiva Italia” (CisItalia), een kleine sportautofabriek die de succesvolle D46 had ontworpen, afgeleid van de Fiat 1100. Toen hij de Porsche plannen onder ogen kreeg, aarzelde Dusio geen moment: Op 3 februari 1947 ondertekende hij een contract voor de aankoop van de patenten, benoemde hij Carlo Abarth tot technisch- en sportief directeur en huurde Porsche ontwerper Rudolf Hruska – een vriend van Abarth – in om zijn droom te verwezenlijken: De bouw van een revolutionaire Grand Prix auto. |
|||
![]() |
De droom van Dusio bleek echter een geldverslindend project. Volgens Dusio was er maar 1 man die voor hem een winnende F1 auto kon bouwen: Ferdinand Porsche, die door de Fransen als Duitse oorlogsmisdadiger gevangen werd vastgehouden. Door de bemiddeling van Carlo Abarth lukte het uiteindelijk om hem vrij te krijgen, al kostte de vrijlating van Porsche een vermogen. Porsche moest de auto in slechts 16 maanden bouwen. Het model kreeg een Auto Union flat-12 cilinder middenmotor met tweetraps Roots compressoren, een lichmetalen chassis met onafhankelijke voorwiel-ophanging, sequentiële versnellingsbak en inschakelbare 4 wielaandrijving.
Porsche bouwde de meest geavanceerde raceauto voor die tijd, maar tegen de tijd dat het prototype af was, was Dusio bankroet. |
||
Abarth & C. |
|||
|
Dusio verhuisde naar Argentinië en Cisitalia stopte met zaken. Carlo Abarth nam de restanten over en startte samen met Armando Scagliarini op 31 maart 1949 Abarth & C. |
|||
![]() |
Het prachtige logo met Abarth’s sterrenbeeld de schorpioen stamt uit diezelfde tijd. Abarth & C. werd wereldberoemd met het bouwen van raceauto’s en werd een belangrijke producent van race-onderdelen, vooral uitlaatsystemen. Carlo Abarth verkocht zijn bedrijf op 31 juli 1971 aan Fiat en bleef nog een poosje aan als CEO totdat hij met pensioen ging en terugkeerde naar Wenen waar hij op 24 oktober 1974 overleed. |
||
|
|
|||
De kenmerken van een unieke persoonlijkheid |
|||
|
Op de vraag wat voor een man Carlo Abarth was is moeilijk een eenduidig antwoord te geven: Levensgenieter, workaholic, filosoof, perfectionist en inspirator, Carlo was het eigenlijk allemaal.
|
|||
![]() |
Bewust van zijn grote charisma miste hij nooit de kans om bij een race aanwezig te zijn. Alleen zijn aanwezigheid al dwong inzet en discipline van de coureurs en het team af. Soms ging hij ‘s morgens voor de race al naar kantoor, om alles te prepareren voor de verbeteringen die maandags na de race onmiddellijk moesten plaatsvinden.
Gestructureerd en onvermoeibaar werkte hij van 8 uur ‘s morgens totdat hij naar huis of naar de club ging. Daarna werkte hij tot diep in de avond. Hij ging elke maandag naar de bioscoop of naar het theater en had geen hobby’s behalve zijn werk. Hij had wel een zwak voor antiek. Zijn filosofie kan niet beter worden samengevat dan dat hij het zelf deed: ”Mijn probleem is dat als ik ergens enthousiast over raak, ik een expert op dat gebied wil worden. En omdat ik daarvoor geen tijd heb, heb ik veel dingen niet opgepakt waarover ik enthousiast ben geworden...” |
||
|
Levensgenieter als hij was hield hij van lekker eten. Toch geloofde hij in de effecten van diëten en gezonde voeding. Legendarisch is zijn geloof in appels. Midden jaren 60 begon hij met het eten van appels. Gedurende de hele dag, overal om hem heen, had hij kratten met appels waarvan hij geloofde dat ze een belangrijke bijdrage leverden aan een gezond en lang leven. |
|||
![]() |
Ooit was hij een zware roker met een gemiddelde van 60 sigaretten per dag. Van de ene op de andere dag stopte hij voorgoed. Die discipline verwachtte hij ook van de mensen die hem omringden. Hij was erg veeleisend ten opzichte van zijn coureurs en stond erom bekend om extreem intolerant te zijn over fouten die werden gemaakt gedurende de races. |
||
|
Omdat hij zelf een ervaren coureur was, wilde hij niks te maken hebben met mensen die de mechanische perfectie van zijn auto’s op het spel zetten met risicovolle manoeuvres. Hij was een moeilijke persoonlijkheid, gevoed door een sterk rechtvaardigheidsgevoel en onwillig om excuses of zwakheden te accepteren. Toch werd hij omgeven door een aura van respect dat met de jaren alleen maar toenam. Bovenal was hij een man met een grote wilskracht en vastberaden om zijn doelen te bereiken. Maar ook liefhebber van mooie dingen, met oog voor proporties en goede smaak. Zijn favoriete uitspraak als hij zijn mening moest geven over oplossingen die in zijn ogen klungelig of onharmonieus waren was “Anti esthetisch” |
|||
|
Bovenal was hij een man met een grote wilskracht en vastberaden om zijn doelen te bereiken. Maar ook liefhebber van mooie dingen, met oog voor proporties en goede smaak. Zijn favoriete uitspraak als hij zijn mening moest geven over oplossingen die in zijn ogen klungelig of onharmonieus waren was “Anti esthetisch” Dit aspect van zijn persoonlijkheid was waarschijnlijk de basis voor zijn enorme liefde voor Italië, “land van kunst en elegantie”. |
|||
Laatste nieuws
Originele accessoires
Kleding, geschenken en schaalmodellen
Lifestyleproducten, onderdelen en
accessoires met flinke kortingen
_0.gif)











